Teelt en toepassing van biogrondstoffen in Overijssel

Net als het Rijk en de EU zet de provincie Overijssel zich in voor een klimaat neutrale en circulaire economie in 2050. Dit werd officieel vastgelegd in 2017 met de ondertekening van het Grondstoffenakkoord en in 2018 met de lancering van het programma Overijssel Circulair in 2050.

Publicatie artikel: 10 november 2025

Het toepassen van biogrondstoffen biedt een veelbelovende strategie om de afhankelijkheid van fossiele grondstoffen te verlagen en bij te dragen aan de circulaire economie. Deze materialen, vervaardigd uit gewassen, kunnen fossiele abiotische grondstoffen vervangen in sectoren als de bouw, textiel en de grond-, weg- en waterbouw. Daarnaast heeft het telen van gewassen voor biogrondstoffen de potentie om broeikasgasemissies te reduceren en CO₂ op te slaan. Team Onderzoek en Advies van de provincie Overijssel heeft onderzocht waar de kansen en belemmeringen bij de productie, verwerking en toepassing van biogrondstoffen in Overijssel liggen, door middel van literatuuronderzoek en interviews met stakeholders en door de potentie van vier kansrijke product-gewascombinaties in te schatten.

Kansen voor Overijssel: groeimarkt voor biogrondstoffen en nieuw verdienmodel voor Overijsselse boeren

Er zijn verschillende kansen voor de opschaling van biogrondstoffen in Overijssel, zowel voor agrarische ondernemers als voor klimaat en natuur. Een groeiende vraag naar biobased bouwmaterialen kan voor agrarische ondernemers een potentiële afzetmarkt zijn. Het stimuleringsbeleid, zoals de Nationale Aanpak Biobased Bouwen, versterkt dit perspectief. De behoefte aan biobased materialen, zal naar verwachting verder toenemen, omdat de vraag naar duurzame grondstoffen stijgt. Daarnaast kunnen boeren extra inkomsten genereren door CO₂ vast te leggen in biogrondstoffen via carboncredits. Momenteel wordt hiermee geëxperimenteerd.

Naast de kansen in de bouwsector, biedt de omschakeling van de landbouwagrarische bedrijven ook kansen voor de teelt van biogrondstoffen. Zij kunnen namelijk kiezen voor de teelt van biobased gewassen als ander type grondgebruik. Biobased gewassen hebben over het algemeen een lagere inputbehoefte, wat ze geschikt maakt voor teelt op marginale gronden en in natuurbeheergebieden. Dit kan niet alleen helpen om de druk op landbouwgrond te verlichten, maar ook bijdragen aan klimaatdoelen, zoals de opslag van CO₂ en de verbetering van de bodemkwaliteit. Boeren kunnen vergoedingen ontvangen voor duurzame teeltpraktijken, zoals bodemverbetering en waterretentie. Door samenwerking tussen agrariërs, verwerkers en de bouwsector kunnen regionale biobased ketens worden versterkt, waarbij het creëren van een stabiele afzetmarkt de basis vormt voor verdere groei en opschaling.

Uitdagingen bij de opschaling van biogrondstoffen in Overijssel: concurrentie, grondprijzen en verwerkingscapaciteit Momenteel staat de regionale teelt voor biogrondstoffen nog in de kinderschoenen. De opschaling wordt belemmerd door verschillende factoren. Een belangrijke uitdaging is de concurrentie om schaarse en dure landbouwgrond, waardoor het voor boeren moeilijk is om over te schakelen naar vezelgewassen, vooral in regio's met hoge grondprijzen zoals in Overijssel. Biogrondstoffen moeten concurreren met andere gewassen, zoals voedsel- en voedergewassen, die al een stabiele afzetmarkt en hogere opbrengst per hectare bieden. Daarnaast wordt de opschaling bemoeilijkt door de concurrentie vanuit de energiesector, waar biomassa vaak wordt gebruikt voor energieproductie in plaats van hoogwaardige toepassingen.

Internationale concurrentie, vooral uit Oost-Europa, waar lagere arbeids- en grondkosten gelden, zet de concurrentiepositie van Nederlandse biogrondstoffen onder druk. Bovendien is de verwerkingscapaciteit voor biogrondstoffen vaak nog onvoldoende ontwikkeld en ontbreken er passende verwerkingsmethoden voor bepaalde gewassen, zoals olifantsgras. Dit zorgt voor onzekerheid over de constante kwaliteit en de benodigde certificeringen, wat de acceptatie en inzet van biogrondstoffen in verschillende sectoren vertraagt. Aan de andere kant is het ook goed om de internationale markt als een kans te zien. In Overijssel is ruimte schaars en is de grond duur en zouden in Overijssel meer kunnen focussen op de verwerking en toepassing van biogrondstoffen in plaats van de teelt.

Kansrijke gewassen voor Overijssel: miscanthus en vezelhennep veelbelovend

Voor dit onderzoek hebben we de potentie van vier product-gewascombinaties (isolatiemateriaal en constructiemateriaal in de bouw, biobased textiel, en lignine ter vervanging van bitumen in asfalt) ingeschat, zodat duidelijk wordt hoeveel biogrondstoffen we in kunnen zetten en hoeveel landbouwgrond hiervoor nodig is. De jaarlijkse potentiële vraag wordt geschat op 23-101 kiloton, waarvoor 7.000-28.000 hectare aan landbouwgrond nodig is (3,5-14% van het huidige landbouwareaal in Overijssel).

Er zijn echter verschillende mogelijkheden waar de teelt van biogrondstoffen in Overijssel plaats kan vinden, en welke gewassen daar goed bij aansluiten. Aan de hand van vier scenario's, zoals de versterking van de landbouw, de vraag naar biogrondstoffen en de versterking van landschapselementen, is de inpassing van teelten onderzocht, waarbij ook de koppeling is gelegd met de vier product-gewascombinaties. Deze scenario’s bieden een breed perspectief op de rol die teelt voor biogrondstoffen kunnen spelen in de regio, afhankelijk van beleidskeuzes en maatschappelijke opgaven die centraal worden gesteld.

De analyse toont aan dat vooral miscanthus en vezelhennep veelbelovende gewassen zijn voor opschaling, met name in de scenario’s waar de vraag naar biobased grondstoffen en het versterken van de landbouw centraal staan. Beide gewassen sluiten goed aan bij de agronomische mogelijkheden van Overijssel en voldoen aan de groeiende vraag naar biobased bouwmaterialen.

Kijken we specifiek naar kansrijke gewas-productcombinaties, dan blijkt dat miscanthus en vezelhennep de meeste potentie bieden, met name in de toepassing van isolatiemateriaal voor de bouw. Beide gewassen zijn goed te telen in Overijssel en zowel de vezels als reststromen kunnen worden benut voor isolatiemateriaal, wat de businesscase versterkt. Miscanthus en vezelhennep zijn daarnaast ook veelbelovend voor constructiemateriaal, maar de markt voor biobased bouwmaterialen in dit segment is nog beperkt. Opschaling vereist aanzienlijke investeringen in ketenontwikkeling, technologie en certificering. Voor de vervanging van bitumen in de wegenbouw biedt miscanthus kansen door de opbrengst van lignine, hoewel dit een fase van ketenontwikkeling en lange termijnvalidatie nodig heeft. Garens voor textiel zijn momenteel minder kansrijk door de beperkte vraag en het ontbreken van een stabiele regionale keten, maar de groeiende verduurzamingstrends kunnen op de lange termijn zorgen voor een toenemende markt.

Andere gewassen zoals sorghum, silphie en wilg tonen potentieel voor het leveren van ecosysteemdiensten of nichetoepassingen, maar hebben momenteel nog niet voldoende marktpotentie of ketenontwikkeling om op grote schaal door te breken in de regio.