Werkgelegenheidsgroei neemt iets af

Tussen april 2023 en april 2024 is het aantal arbeidsplaatsen in Overijssel gestegen met 1,4%. Door deze toename van ruim 9.000 banen kwam de Overijsselse werkgelegenheid in 2024 uit op bijna 670.000 banen. Dit blijkt uit de meeste recente cijfers van het Overijsselse Bedrijven- en InstellingenRegister (BIRO). De hoge krapte op de arbeidsmarkt met een historisch laag werkloosheidspercentage van 3,4% zijn mogelijke verklaringen voor de afnemende werkgelegenheidsgroei.

Publicatie artikel: 17 februari 2025

Groei in vestigingen blijft hoog

Het aantal vestigingen is tussen 2023 en 2024 gegroeid met 5.400 naar ruim 129.500 vestigingen, een groei van 4,3%. Deze groei is bezien over de laatste 10 jaar vrij groot (zie figuur 1). De toename van het aantal vestigingen komt –net als voorgaande jaren- vooral door het aantal vestigingen met 1 werkzame persoon (+6,6%), maar ook het aantal grote bedrijven met meer dan 250 werkzame personen is relatief sterk gegroeid (+2,8%). Inmiddels bestaat 67% van alle Overijsselse vestigingen met één werkzame persoon (eenmanszaken, ZZP'ers, freelancers en kleine zelfstandigen), goed voor 13% van de totale werkgelegenheid. Opvallend is –net als vorig jaar- de sterke groei van het aantal vestigingen binnen de sector Verhuur van roerende goederen en overige zakelijke dienstverlening (+10,3%) ten opzichte van de werkgelegenheidsgroei in deze sector van 3,5%.

Ontwikkeling werkgelegenheid en vestigingen, 2015-2024, Overijssel

Grootste groei in de zorg, horeca en bouw

De grootste procentuele groei is te zien binnen de energiesector (+6,2%). De sector kende een dip in de jaren 2018 tot 2020, maar stijgt sindsdien weer qua werkgelegenheid. Overige dienstverlening stijgt sinds 2015 onafgebroken en in 2024 met 3,8%. De ICT-sector kent al jaren grote groei (+3,7% in 2024). Ook sector verhuur/handel roerende goederen en overige zaken (+3,5%), horeca (+3,5%) en cultuur, sport en recreatie (+3,3%) kenden een grote werkgelegenheidsgroei (zie onderstaande figuur). In absolute aantallen is de werkgelegenheidsgroei het grootst in de zorg (+2.240), gevolgd door bouw (+1.080) en handel (+1.020). Twee sectoren kenden krimp: landbouw (-2,1%) en financiële instellingen (-3,7%).

Ontwikkeling werkgelegenheid 2023-2024 per sector, Overijssel

Noord-Overijssel kent de grootste werkgelegenheidsgroei

COROP-regio Noord-Overijssel laat met een stijging van 2,0% de grootste werkgelegenheidsgroei zien. In Twente, waar de meeste personen werkzaam zijn, groeide de werkgelegenheid met 1,2%. Opvallend is dat de grootste groei in aantal vestigingen juist in Zuidwest-Overijsel plaatsvindt (+4,6%), gevolgd door Noord-Overijssel (4,4%) en Twente (4,2%). Het verschil in Zuidwest-Overijssel komt met name doordat de werkgelegenheid in de groep vestigingen tussen 50 en 249 werkzame personen is afgenomen met 3,5%. De stijging van zzp’ers is wél vergelijkbaar met de andere COROP-regio’s.

Werkgelegenheidsgroei groter dan verwacht

De verwachting was dat de werkgelegenheidsgroei in Nederland in 2024 met 0,8% beperkt zou zijn, door een beperkte economische groei en aanhoudende personeelstekorten (zie arbeidsmarktprognose 2024-2025). Het verschil met de verwachte landelijke groei van 0,8% en de Overijsselse groei van 1,4% is redelijk groot. Deels is dit te verklaren door groei van de beroepsbevolking en deels doordat het onbenutte arbeidspotentieel daalt (dit bestaat uit (semi-)werklozen en deeltijdwerkers die meer kunnen en willen werken). Voor 2024 is de verwachting dat de werkgelegenheidsgroei afneemt naar +0,7%.

Tekort aan personeel

De krapte op de arbeidsmarkt is in 2024 iets afgenomen en de verwachting is dat dit in 2025 doorzet (zie Arbeidsmarktprognose: beperkte banengroei in 2024 en 2025). De arbeidsmarkt in arbeidsmarktregio Zwolle wordt door het UWV aangemerkt als ‘zeer krap’ en krapper dan gemiddeld in Nederland. In Twente is de krapte op de arbeidsmarkt ‘krap’ en ligt de krapte onder het Nederlands gemiddelde. Voor een aantal sectoren blijft krapte een structureel probleem. Dit geldt vooral voor de zorg, onderwijs, ICT en techniek. Dit zijn sectoren die minder afhankelijk zijn van de economische groei en waar grote maatschappelijke opgaven spelen. Denk aan de vergrijzing, demografische veranderingen, digitalisering en woningtekort en energietransitie. Ook speelt mee dat het is een aantal sectoren lastiger is om kerntaken te automatiseren.