Weidevogelstand Overijssel profiteerde van nat voorjaar in 2021

In 2021 profiteerden sommige weidevogels van het late maaien als gevolg van het natte voorjaar. Er kwamen meer jongen groot. Maar de aantallen zijn te laag voor herstel. Eenden, tureluurs, graspiepers en gele kwikstaarten weten zich in Overijssel goed te handhaven in het landelijk gebied. Ze broeden vooral aan de randen van graslandpercelen of op akkers en hebben daardoor minder last van vroeg maaien. Wulpen, kieviten, grutto’s en scholeksters hebben het moeilijk, maar positief is dat hun aantallen de afgelopen zes jaar aan het stabiliseren zijn. In 2021 liep 54% van de gruttoparen eind mei rond met jongen. Daarmee was 2021 een beter jaar voor de grutto dan voorgaande jaren, maar de benodigde 65% voor handhaving van de populatie, werd niet gehaald. De tureluur haalde deze norm wel (65%), maar de wulp daarentegen niet (28%).

Publicatiedatum Overijssels Feit : 25 april 2024

Inspanning boeren belangrijk

In het Natuurbeheerplan OverijsselVerwijst naar een andere website zijn gebieden waar nog veel grutto’s, tureluurs, wulpen en kieviten voorkomen begrensd als ‘open grasland weidevogels’. Agrariërs kunnen in deze gebieden een beheerovereenkomst afsluiten met het Agrarisch collectief, die uitvoering geeft aan het agrarisch natuurbeheer. Zij krijgen dan een vergoeding van de provincie voor het later maaien van percelen met broedende weidevogels, bijvoorbeeld voor het maaien na 1 juni. Deze overeenkomsten leveren het meeste op als ze worden gesloten voor grote aaneengesloten gebieden. Samen met agrariërs, weidevogelbeschermers, wildbeheereenheden en natuurbeschermingsorganisaties wordt per gebied een weidevogelbeheerplan opgesteld. De verwachting is dat deze aanpak de komende jaren tot meer goede resultaten zal leiden. Voorbeelden hiervan zijn: het Lierder- en Molenbroek, Tolhuislanden en diverse locaties in de polder Mastenbroek. Het blijkt dat ín deze gebieden herstel mogelijk is.

Er zijn locaties met plas-dras-plekken, kruidenrijke percelen en er is een rustperiode in het broedseizoen van 1 april tot circa half juni. Hier hebben jonge vogels veel betere kansen om op te groeien en in juni het moment te bereiken dat ze kunnen vliegen. De zeldzame soorten watersnip, zomertaling en slobeend komen vooral voor in gebieden van natuurorganisaties.

Weidevogelmeetnet

De informatie over de ontwikkelingen van de weidevogels is gebaseerd op het weidevogelmeetnet van de provincie Overijssel dat in 1994 is gestart. Het meetnet is bedoeld om de ontwikkelingen van de aantallen broedende weidevogels te volgen. Om het jaar wordt van 40 locaties, van tussen de 30-100 ha groot, de weidevogelstand vastgesteld. Sinds 2016 worden acht meetnethokken jaarlijks gevolgd als onderdeel van de landelijke monitoring Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer (ANLb).

Grutto belangrijk

Uit het weidevogelmeetnet blijkt dat het eerst vooral de grutto en de veldleeuwerik waren die in aantallen afnamen. Sinds 2005 gaat het echter ook slechter met de scholekster, kievit en wulp (zie onderstaande grafiek). In verschillende delen van Salland en Twente zijn ze nu vrijwel verdwenen. Maar ook in de polders in West-Overijssel is sprake van een achteruitgang. De grutto is voor het weidevogelbeleid een belangrijke soort vanwege uiterlijk en kwetsbaarheid. Van deze soort wordt het broedsucces gemeten aan de hand van het aantal paren met jongen. Als een nest uitkomt hoeft er nog geen sprake te zijn van succes. Het gaat om het aantal jongen dat opgroeit en volwassen wordt. Als standaard wordt een grens van 65% broedparen met jongen gehanteerd voor handhaving van de populatie. In 2019 was deze grens nog 45%, in 2021 was deze 73%. Jarenlang is deze grens niet gehaald. Het succes in 2021 heeft direct te maken met het natte voorjaar, waardoor veel later gemaaid werd dan in voorgaande jaren. Dit laat zien dat later maaien een positief effect heeft. Voor de tureluur en wulp was het percentage broedparen met jongen respectievelijk 57% en 24% en dus niet voldoende.

Agrarisch natuur- en landschapsbeheer

Uit de eerste resultaten van een zevenjarige monitoring, waarbij gangbaar gebied en gebied met veel beheer wordt vergeleken, blijkt dat de negatieve trend ook bij beheer zichtbaar is. In gebieden met beheer zijn aantallen voor alle soorten wel hoger dan in gebieden zonder beheer.

Onderzoek weidevogels Twente

In 2021 is binnen een oppervlak van in totaal 5430 ha het aantal weidevogels onderzocht. Daarvan is 2380 ha gericht op kritische weidevogels en 3050 op niet kritische (enkel kievit en scholekster). Het gaat om 11 verschillende gebieden, waaronder het Hellendoornse broek en het Hammerflier. In gebieden waar een vergelijking mogelijk was met eerdere tellingen bleek een zeer sterke afname van grutto, scholekster en wulp. Wel bleek een gunstig effect van agrarisch natuurbeheer en het geconcentreerd bij elkaar voorkomen van percelen met een op weidevogels gericht beheer. Vooral grutto, tureluur en gele kwikstaart profiteren hiervan. In 2021 liep 54% van de gruttoparen eind mei rond met jongen. Daarmee was 2021 een beter jaar voor de grutto dan voorgaande jaren, maar de benodigde 65% voor handhaving van de populatie, werd niet gehaald. De tureluur haalde deze norm wel (65%), maar de wulp daarentegen niet (28%).

Inventarisatie 2022

Gebieden met een relatief goede stand van grutto, tureluur en wulp zijn in het Natuurbeheerplan Overijssel opgenomen als “open grasland weidevogels”. Hier is het mogelijk om agrarisch natuurbeheer af te sluiten voor weidevogels. Daarnaast is in het Natuurbeheerplan ook nog een aantal gebieden opgenomen waar mogelijkheden zijn voor beheer voor de kievit. Om het beheer zo effectief mogelijk in te zetten, worden deze gebieden periodiek (éénmaal in de zes tot acht jaar) geïnventariseerd op weidevogels. De inventarisatie vindt plaats in opdracht van de provincie.

Ontwikkeling aantal weidevogels binnen provinciaal weidevogelmeetnet

Literatuur en bronnen

  • Bunskoek, M., 2021. Weidevogelinventarisatie Midden en Noordoost Overijssel 2021. Bunskoek Natuurlijk.

  • Manen, van. W., 2021. Het Provinciaal weidevogelmeetnet in Overijssel in 2021. SOVON-rapport 2021/88.

  • Provincie Overijssel, provinciaal weidevogelmeetnet